Toestanden op de weg….

Als je dacht dat het Nederlandse verkeer chaotisch kon zijn, dan moet je maar een keer in Kenya rondreizen. Het verkeer hier is een mengeling van allerlei soorten voertuigen, overstekend vee, corrupte agenten, en onverantwoord rijgedrag. Dat laatste wordt helaas niet voorkomen door de aanwezigheid van controleposten van de Kenya Traffic Police. Deze agenten controleren of de matatus of public service vehicles over een geldig verzekeringsbewijs beschikken en of zij voldoen aan de veiligheidseisen (dat laatste betwijfel ik overigens). Een matatu chauffeur op het traject Kisumu – Rabuor (een afstand van 9 km) vertelde me dat hij dagelijks drie maal 100 KES (Kenyase Shillingen) moet betalen aan de politie. Deze lieden ontwijken gaat nauwelijks, aangezien al het verkeer richting Rabuor en Ahero via de hoofdroute naar Nairobi gaat. Ik weet niet hoeveel matatus er rijden, maar het zijn er veel….

Typical for Kisumu: boda boda's and matatus

Typical for Kisumu: boda boda's and matatus

Het is niet alleen Nairobi highway dat de agenten een fraai bedrag oplevert. Intimidatie door de verkeersagenten kan ver gaan. De Daily Nation, een van de landelijke dagbladen, kopte eerder deze week: “Sorry sir; but my car is private property”. Het artikel waarschuwt automobilisten tegen agenten die hun rechten schenden bijvoorbeeld door het stuur over te nemen nadat de passagiers de auto uit zijn gedirigeerd. Onderweg naar het bureau, waar de overtreding zou worden afgehandeld, krijgt de chauffeur de mogelijkheid om het akkefietje af te kopen. In veel gevallen komen de agenten hier ongestraft mee weg. In het geval van ‘pesterijen’ door een verkeerspolitie kan het slachtoffer een ‘hotline’ bellen: 0735 356506 (je weet maar nooit of het nummer nog eens van pas komt). Interessant is dat het artikel wel het woord ‘bribe’ noemt maar de term corruptie angstvallig mijdt.

A bit of chaos on Nairobi highway

A bit of chaos on Nairobi highway


De meeste matatus zijn overbeladen. Chauffeurs houden zich zelden aan het aantal voorgeschreven passagiers. De minibussen bijvoorbeeld zijn ingericht voor 14 personen: 4×3 achterin en 1 passagier voorin naast de chauffeur. Vorige week telde ik 22 personen tijdens mijn tocht naar Rabuor. Tussen de stoelen wordt een plankje geschoven zodat de extra passagier ‘op een houtje’ kan zitten. Het tarief blijft gelijk, hout of niet. Soms gaat de deur van het voertuig maar met moeite dicht. Het moge duidelijk zijn dat dit de veiligheid op de weg niet ten goede komt. Dit wordt nog versterkt doordat ‘anticiperen’ nagenoeg ontbreekt: elke chauffeur gaat op de bumper van zijn voorganger zitten zodat hij naar de andere baan moet uitwijken om te zien of er iets aankomt. Inhaalmanoeuvres lopen dan ook nogal eens verkeerd af. Vorige week zat ik in een minibus die tijdens een inhaalactie in de flank werd geramd door een vrachtwagen. Terwijl onze bus de berm inging liet de chauffeur van de vrachtwagen zijn voertuig gewoon op de rijbaan staan. Let wel: het is een tweebaansweg! Terwijl de chauffeurs aan het bekvechten waren ging de bijrijder wat takken halen om deze achter het voertuig op de weg te leggen – als waarschuwingsteken (een alternatieve gevarendriehoek).

A matatu on Nairobi highway

A matatu on Nairobi highway

Nairobi highway heeft recent een nieuwe deklaag gekregen. Een enorme verbetering na het vorige dek dat vol gaten zat. Ik ben benieuwd hoe lang de nieuwe laag zal houden. De randen van het asfalt worden volledig aan gort gereden door de matatus die de berm inrijden om passagiers op te halen of af te leveren. Het is vergelijkbaar met een ‘belbus’ systeem, zij het dan dat er niet wordt gebeld (behalve achter het stuur, dat is hier doodnormaal) en de bus niet van ‘deur tot deur’ gaat.
Tot mijn stomme verbazing trof ik bij mijn terugkeer uit Pokot ter hoogte van Nyamasaria (aan de rand van Kisumu) gemarkeerde verkeersdrempels aan. Er staat zelfs een waarschuwingsbord om de bestuurders op de aanwezigheid van drempels te attenderen. Later hoorde ik dat er na de aanleg van de drempels nogal wat ongelukken waren geweest doordat automobilisten volkomen verrast over de drempels ‘heenvlogen’. Dat verklaarde de strepen op de drempels. Jammer alleen dat die verflaag inmiddels al aardig begint te slijten…
Er zijn ook 2 verkeersdrempels bij Rabuor. Ze zijn nieuw, van markering voorzien en vooral HOOG. Soms is dat een drempel te hoog voor de overbeladen matatus – de bodem schraapt over de verhogingen. Ik hoop dan maar dat de auto het houdt en niet bodemloos voortsnelt….

'God Loves' is on the road

'God Loves' is on the road

Zoals ik al aangaf is het verkeersaanbod op Nairobi highway bijzonder divers, zowel qua omvang als snelheid. De categorie ‘trage deelnemers’ omvat onder meer overstekend vee (koeien, geiten, schapen), loopjongens die handkarren voorttrekken, fietsers, en tuktuks (driewielers); de snelle deelnemersgroep bestaat uit vrachtwagens, (mini)bussen, en (luxe) personenauto’s. Voetgangers vind je in de berm, dat is in elk geval een pluspunt. Vanavond zag ik op de terugweg naar Kisumu nog een andere ‘berm-ganger’: een truck was op zijn kant gegaan en in de berm beland. Soms zou ik de ongevalstatistieken wel eens willen zien, maar wellicht is het beter dat ik dat niet doe. De drempel om in matatus te reizen zou zo wel eens erg hoog kunnen worden…..

The bicycle track next to the main road

The bicycle track next to the main road


Vanochtend ben ik op de fiets naar Rabuor gegaan. Onderweg heb ik een bel gekocht met een luide ‘tringel’. De aanleiding daarvoor? Een koe die onverwachts achter een hutje vandaan kwam en ‘ineens’ voor mijn wielen belandde. Ik kon het beest nog net ontwijken. Toegegeven, ik ging te hard op mijn Misungu Express, maar de koe keek niet naar rechts – links – rechts. Safari njema oftewel wuoth maber (safe journey). Dat doet me denken aan teksten die je op veel matatus ziet, variërend van malice tot god bless en god loves.

Het Hippo Monitoring Project

Akkers grenzend aan het meer, Rusinga Island
Akkers grenzend aan het meer, Rusinga Island

Conflicten tussen mensen en nijlpaarden

Mijn verblijf in Kenia staat in het teken van mijn promotieonderzoek, dat deels voortbouwt op de studie die ik in 1997 heb gedaan naar conflicten tussen mensen en nijlpaarden in dichtbevolkte streken die grenzen aan Winam Gulf, het landinwaarts gelegen deel van het Victoriameer. De wetenschappelijke naam van nijlpaarden of hippo’s is Hippopotamus amphibius. Zowel mensen als nijlpaarden zijn aangewezen op het meer en het aangrenzende land, dat grotendeels een landbouwbestemming heeft of fungeert als visafslagplaats. De samenleving rondom het meer is overwegend agrarisch van aard, al levert de visvangst een belangrijke bijdrage aan het gezinsinkomen. Gewasverbouw nabij het water vergemakkelijkt irrigatie; de grond bij het meer is relatief vruchtbaar en gemakkelijker te bewerken met eenvoudige werktuigen. Hippo’s zijn herbivoren, ze komen ’s nachts het land op zich tegoed te doen aan gras of – bij gebrek hieraan – gewassen zoals maïs. Ze kunnen per nacht ruim 40 kg verstouwen. Boeren klagen steen en been, maar hun klachten vinden weinig gehoor bij de autoriteiten en velen nemen dan ook niet meer de moeite om incidenten te melden, mede omdat financiële compensatie van schade (met uitzondering van verwondingen of overlijden door toedoen van wild) ontbreekt. Ook vissers klagen over hippo’s die hun netten of boten vernielen. Het doden van nijlpaarden is illegaal, maar het uitblijven van actie leidt ertoe dat mensen het heft in eigen handen nemen. Zowel mens als dier leiden hieronder en strategieën die bijdragen aan conflictvermindering zijn dan ook gewenst.

Vissers op de terugweg naar Singeda
Vissers op de terugweg naar Singeda

Het Hippo Monitoring Project
Het ontwikkelen van dergelijke strategieën vereist kennis uit het veld over conflictlocaties, de omvang van de schade, de huidige aanpak van conflicten en de rol van de actoren die zijn betrokken bij mens-dier conflicten en het behoud van waterrijke gebieden, de zgn. wetlands. Om hier zicht op te krijgen heb ik het Hippo Monitoring Project gestart, dat een van de onderdelen vormt van mijn onderzoek. Dit project heeft een looptijd van een jaar, zodat ook de seizoenscomponent (regentijd, droge tijd) wordt meegenomen. Vooral in de lange regentijd zijn er relatief veel conflicten. Het project wordt uitgevoerd in drie districten die grenzen aan het Victoriameer, namelijk Suba, Kisumu en Nyando. Tijdens de 1997 studie waren de problemen met hippo’s het grootst in deze gebieden. Voor dit project heb ik zes lokale mensen aangenomen waarover ik de leiding heb. Vijf van hen werken als veldmonitor, de zesde werkt als projectcoördinator. Het project wordt ondersteund door een lokale NGO in Kisumu.

Hippo’s nabij Singeda
Hippo’s nabij Singeda

Wat houdt het project in?
Wanneer er een incident is met een nijlpaard gaat de monitor het veld in, maakt rapport op (in drievoud), bepaalt aan de hand van indicatoren de schade, stelt vast of de schade daadwerkelijk is toe te schrijven aan nijlpaarden en houdt een kort interview met het slachtoffer. De schade wordt gevisualiseerd met behulp van een digitale camera en de coördinaten van de conflictlocatie worden vastgelegd. Op basis hiervan kan later een kaart worden gemaakt waarop de conflictintensiteit van verschillende locaties wordt aangegeven.
Een deel van het werk van de monitoren bestaat uit het informeren en enthousiasmeren van de lokale bevolking om mee te werken aan het project. Zonder hun medewerking heeft het project geen zin; zij zijn immers degene die incidenten moeten rapporteren. De informatieoverdracht omvat ook het creëren van bewustwording omtrent het belang van nijlpaarden in wetland ecosystemen en het nadenken over ontwikkelingsmogelijkheden die verband houden met de aanwezigheid van nijlpaarden. De monitoren werken nauw samen met de lokale autoriteiten en zij wonen barazas of lokale vergaderingen bij. Het project gaat verder dan rapporteren alleen; er wordt ook gekeken naar de impact die conflicten met nijlpaarden hebben op de levensomstandigheden van de lokale bevolking en de wijze waarop mensen omgaan met dergelijke conflicten. De stellingname is dat de omvang van de conflicten wordt onderschat omdat veel incidenten niet worden gerapporteerd. Daarom is het contact met autoriteiten ook van belang. De Kenya Wildlife Service is verantwoordelijk voor het wildbeheer en als zich problemen voordoen zijn zij de aangewezen instantie om actie te ondernemen. Zij zijn vanaf het begin aangehaakt bij het project.

Gesprekken in het veld
Gesprekken in het veld

Kick-off meeting
Bij aanvang van het project is er een ‘kick-off meeting’, waarvoor lokale autoriteiten, vertegenwoordigers van organisaties die zich bezig houden met waterrijke gebieden, wildbeheer en visserij (zowel privaat als overheid, inclusief beleidsmakers), en vertegenwoordigers van de lokale leefgemeenschappen worden uitgenodigd. Elke drie maanden worden er forumbijeenkomsten gehouden waarin de resultaten worden teruggekoppeld. Per gebied wordt dan een overzicht gegeven van de frequentie en omvang van de conflicten, de aanvraag cq. uitkering van compensatie en de reactie van de autoriteiten op de conflicten. Mogelijke oplossingsstrategieën komen eveneens aan bod. Aan het eind van het project is er een workshop waarin de bevindingen uit alle gebieden worden gerapporteerd. Hierbij zal worden nagegaan op welke wijze de bevindingen kunnen bijdragen aan conflictvermindering en in hoeverre de aanbevelingen kunnen leiden tot beleidsaanpassingen of implementatie in het veld. Het is ook denkbaar dat er op lokaal niveau een vervolgproject plaatsvindt.

Wetland producten zijn van groot belang voor de lokale bevolking
Wetland producten zijn van groot belang voor de lokale bevolking

Een compleet beeld
Parallel aan dit project worden er ‘focus group interviews’ gehouden, waarin de lokale bevolking centraal staat. Tevens worden er in het studiegebied scholen geselecteerd, waarvan leerlingen hun ouders gaan interviewen over conflicten met nijlpaarden en de betekenis en het gebruik van wetlands. Het doel hiervan is om een goed beeld te krijgen van de veranderingen die zich gedurende het afgelopen decennium hebben voorgedaan en de werkwijze van de autoriteiten hierin (op verschillende schaalniveaus). Het geheel wordt gecomplementeerd door interviews met sleutelinformanten, gericht op de rol van de verschillende belanghebbenden en de wijze waarop problemen met nijlpaarden zouden kunnen worden aangepakt.

Het project is innovatief in de zin dat er tot op heden weinig (wetenschappelijke) aandacht is geweest voor mens-dier conflicten in en rondom waterrijke gebieden. Door het gebruik van verschillende technieken en de combinatie van een analyse van conflicten, beleid en de betrokken instanties wordt een beeld geschetst op basis waarvan aanbevelingen worden gedaan die van belang zijn voor beleidsontwikkeling en strategieën gericht op conflictvermindering met wild in wetlands.

Deze tekst is ook verschenen in de Nieuwskrant Nr. 13, voorjaarseditie 2008, een uitgave van het Onderwijsinstituut GPIO en de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies.
De Nieuwskrant kan worden gedownload op de website van het instituut:
http://www.fmg.uva.nl/owi-gpio/actueel.cfm

Lezen, schrijven

Natuurlijk moet er iets over werk staan op deze blog. Vooralsnog bestaat het werk vooral uit lezen, schrijven en interviews uitwerken. En geloof me: daar kun je aardig zoet mee zijn….
Vanmiddag heb ik een interview met een mogelijke assistente. Wordt vervolgd…..
Meer info over mijn onderzoek kun je vinden op mijn website www.postinafrica.com

Aenne Akinyi